Vanuit
Guadix reden we vandaag naar Ubéda, een Renaissance-stadje met
eveneens een rijke geschiedenis.
Het
was ongeveer middag toen we aankwamen in het stadje. Parkeerplaats
vinden was zoals gewoonlijk weeral een avontuur. Smalle straatjes en
slecht aangeduide bewegwijzering...De parking die ons door het hotel
aangeraden werd, lag vlak achter het hotel en gelukkig reed er net
iemand weg en hadden we nog redelijk snel een plekje.
Bij
aankomst konden we nog niet op onze kamer, maar dat was geen
probleem, het was middag, we waren aan een hapje en een drankje toe
en daarom gingen we eerst en vooral een terrasje opzoeken.
Middageten hoef je hier niet te zoeken, want als je een drankje
bestelt, krijg je daar gelijk tapas bij en die zijn hier groot. We
hadden bij 2 biertjes een broodje met serano ham, dunne frietjes, een
stukje worst, een gefrituurde snack (weet niet wat, maar 't was
lekker) en een stukje kaas. Daar kwamen we de dag mee door.
Nadat
we daarna ingecheckt hadden, gingen we op stap. Het was intussen
over de 30°, de siesta was begonnen en er was geen kat meer op 't
straat. Tevens was ook alles toe, inclusief de terrasjes en ook de
bezienswaardigheden. We keerden dan maar terug naar het hotel voor
eveneens een siesta in te lassen.
Rond
4 uur gingen we weer op pad.
Ubeda
is als stad, zoals het nu is, ontstaan rond 1525. Toen werd gestart
met de bouw van de meeste gebouwen en met de aanleg en de uitlijning
van de stad. Een van de belangrijkste personen hierbij was Francisco
de los cobos, hij was de sekretaris van Karel V, de toenmalige
Koning/Keizer van het Spaanse rijk, waartoe ook Vlaanderen/Bourgondië
behoorde.
Dit
was ook de periode van de grote veroveringen van Spanje in de Nieuwe
Wereld zijnde Amerika. Er werd van daaruit veel zilver en goud
verscheept naar Spanje en de secretaris kreeg als loon 1% van de
opbrengst. Hierdoor had hij voldoende geld om van zijn
geboorteplaats Ubéda een welvarende stad te maken en deze te laten
bouwen zoals hij wou, inclusief een Kerk met grafkapel voor hem en
zijn familie de Sacre Capilla del Salvador. Deze hebben we
natuurlijk bezocht. Het is een prachtige kerk met overladen veel
goud.
Tevens
bezochten we de Basilica de los Reales Alcazares en de Iglesia San
Pedro. Daarna was het genoeg qua kerken en heiligen.
Maar
de gebouwen zijn zo mooi, dat je automatisch aangetrokken wordt
erdoor.
In
de stad zijn er verder vele oude palacio's, maar de meeste zijn nu in
gebruik als gemeentehuis of politiebureau of muziekschool.
Een
specialeke nog, de universiteit. Het was de gewoonte om las de
studenten afstudeerden, ze hun naam in stierenbloed op de muur
schilderden, daarvan zijn nog enkele restjes over gebleven.
Vanavond
zijn we gaan eten in Mesa de 12 op Plaza 1 Mayo en daarna hebben we
een avondwandeling gemaakt langs de oude stadsomwalling, van waaruit
we een mooi zicht hadden op de omliggende olijfplantages.