Gisteren zijn we Jaèn gaan verkennen. De stad is enorm steil en daarom besloten we om eerst met de bus tot boven te rijden en zo onze weg langs de bezienswaardigheden naar beneden te vervolgen.
Helemaal bovenaan ligt de kathedraal, een impossant gebouw in gothische stijl uit de 16de eeuw. Voorheen stond hier een moskee. Deze kathedraal diende als voorbeeld van vele andere kathedralen in Spanje en is hierdoor ook weer uniek. Sinds 2012 staat ook deze op de UNESCO wereld erfgoedlijst.
We slenterden door de straatjes en ons volgende bezoek was aan de Arabische baden. Deze liggen onder het Villardompardopaleis.
De baden werden gebouwd in 1002 op de overblijfselen van een eerder Romeins badhuis.
Na de Christelijke herovering van Jaèn in 1246 geraakten de baden in onbruik, in de 14de-15de eeuw werden ze omgevormd tot leerlooierij en uiteindelijk werden ze volgestort met puin.
Pas in 1913 werden ze herontdekt, terug blootgelegd en gerestaureerd. Pas in 1984 was de restauratie voltooid.
Het was een heel uniek bezoek waar we vol bewondering van genoten.
Het was intussen alweer héét geworden, tijd om koelere oorden op te zoeken. Eerst en vooral een terrasje voor een drankje en een hapje.
Namiddag hebben we siesta gehouden.
Echt heel veel is er in Jaèn verder niet te beleven. Het is verder niet toeristisch. De stad is ook minder mooi dan vele andere steden, het lijkt alsof ze hun beste tijden gehad hebben.
Vanmorgen na het ontbijt vertrokken we naar onze voorlaatste tussenstop : Cordoba.
Bedoeling was eerst de Castillo Santa Catalina te bezoeken. Dit ligt op een berg 8 km buiten de stad. De weg ernaartoe is heel bochtig en steil. We zijn tot daar geraakt, maar konden gelijk terug draaien omdat er geen parkeerplaats was. Toch wel merkwaardig een belangrijk monument, maar geen voorzieningen voor toeristen om er te parkeren, er was enkel parking voor de hotelgasten die er in het plaatselijke hotel logeren.
Verder naar Cordoba, waar we eerst de weg moesten vinden naar ons hotel voor de volgende 2 nachten Hotel Patio de Pasadero
We moesten hiervoor dwars door het toeristische centrum van de stad met zo smalle straatjes dat de zijspiegels nipt de muren van de huizen niet raakten. Aangekomen op een pleintje moesten we dan de hoteleigenaar bellen, die ons zou komen tonen waar we konden parkeren en die ons dan ook te voet verder leidde naar het hotel iets verder op.
Het is een piepklein boetiekhotel, gebouwd en gerestaureerd in een Arabisch huis, uit de 15e eeuw; er zijn maar 6 kamers.
De eigenaars zijn superlief en behulpzaam. Het lijkt hier eerder dat je bij iemand thuis logeert.
Het is momenteel 39° en we zitten buiten in de patio van het hotel. Door de bouw van het geheel is het hier beneden in verhouding lekker koel en daardoor hebben we op de kamer hebben we momenteel ook geen airco nodig,
Hier in Cordoba hebben we nog niet veel gedaan. We zijn tot aan de Plaza de la Corredera gewandeld, zo'n 500 m verderop en daar hebben we een hapje gegeten. Ik een salade en Guido Salmorecha – dit is een Spaanse koude soep, typisch voor Cordoba.



















































